De tweestrijd van mijn identiteit


Dit artikel is geschreven als uitbreiding van het filmpje van de Volkskrant

Identiteit wordt vaak gezien als een middel om jezelf sterk op te stellen tegen de buitenwereld, iets dat je opbouwt door de jaren heen, iets wat groeit en waarmee jezelf comfortabel positioneert in de maatschappij. Maar wat als die identiteit niet door iedereen wordt begrepen of geaccepteerd? Hoe ga je om met een identiteit, iets persoonlijks, die eveneens ook in het teken staat van emancipatie.

Als jonge puber had ik veel moeite met het ontwikkelen van mijn eigen identiteit, natuurlijk, voornamelijk omdat ik een deel ervan niet accepteerde: mijn seksualiteit. In mijn artikel ‘vrouwelijke kenmerken maken mij niet minder mannelijk’ ging ik hier dieper op in, maar kort gezegd ontwikkelde ik een identiteit die voldeed aan de heteronormativiteit (of dat probeerde ik), waarmee ik mijzelf jarenlang onderdrukte wat een lange depressie als gevolg had. Uiteindelijk kwam ik uit de kast, accepteerde ik mijn seksualiteit, werd ik verliefd op een jongen en begon ik mijn identiteit te herontdekken. Nu, enkele jaren later heb ik een identiteit gecreëerd waar mijn seksualiteit onderdeel van is, maar dit zorgt ook voor een tweestrijd die ik nog niet altijd even makkelijk vind. De tweestrijd tussen het volledig accepteren van je eigen identiteit maar jezelf daarmee ook blootstellen aan ongevraagd commentaar waardoor je weer je eigen identiteit in twijfel trekt.

De verweving van mijn seksualiteit en mijn identiteit is een lang proces wat zeer persoonlijk is. In het licht van de bevordering van de positie van LHBTQ-ers, wil ik dit proces graag met jullie delen, maar wel op mijn eigen tempo. Ik wil graag dat jullie weten dat ik als 12-jarige elke avond voor het slapen gaan mijzelf aftrok, fantaserend over vrouwen, in de hoop dat ik wakker werd als hetero omdat ik toen al wist dat de maatschappij homo’s anders behandelde als hetero’s. Als mijn moeder mij vertelde dat je ook op jongens kon vallen en dat het heel normaal is, weerlegde ik dat in mijn hoofd weer met dingen als: ‘maar waarom zie ik het dan nooit op tv’ of ‘waarom worden er dan telkens homo grappen gemaakt op school’. Ondanks de groeiende tolerantie jegens LHBTQ’ers is er nog steeds een tekort aan maatschappelijke gelijkheid en worden veel LHBTQ jongeren beschadigd tijdens de puberteit. Wat ook resulteert in een hoger zelfmoordpercentage onder LHBTQ-jongeren.

Zodra een persoon zich buiten de norm identificeert, loopt diegene het risico dat zijn identiteit een aantrekkingskracht wordt, voor zowel positieve als negatieve reacties. Zo wordt er nog steeds vaak genoeg ‘homo’ naar mij geroepen, denken mensen gelijk dat ze ongegeneerd mij vragen mogen stellen over mijn seksleven en staat mijn seksualiteit altijd ter discussie bij mensen die ik niet tot nauwelijks ken. In principe weet ik dat, zodra ik seksualiteit betrek in mijn identiteit, er vaak reacties komen, en dat maakt het niet altijd even makkelijk. Die tweestrijd, tussen het behouden van je identiteit als iets persoonlijks en het gebruiken als middel in de emancipatie van LHBTQ-ers, is vaak erg lastig en vol contradicties.

Het feit dat mijn identiteit vaak nog ter discussie staat in een maatschappij die aan de ene kant het hokjes denken niet los kan laten en tegelijkertijd die hokjes ook niet durft te benoemen, maakt die tweestrijd nog lastiger. Iemand kan worden uitgescholden voor ‘kanker homo’ en tegelijkertijd worden bekritiseerd voor het te vaak onderscheid maken tussen hetero’s en homo’s, “ja maar je zet jezelf ook wel heel erg in een hokje” of “gedraag je dan niet zo gay”. Het benoemen van hokjes staat niet gelijk aan het denken in hokjes. Die twee worden wel vaak door elkaar gebruikt, ten nadeel van gemarginaliseerde groepen. Het benoemen van hokjes wordt vaak gebruikt om de positie van minderheden aan te duiden zodat er actief gewerkt kan worden aan de verbetering van die positie, terwijl het hokjes denken meestal gebruikt wordt door de meerderheid om mensen te plaatsen in gemarginaliseerde groepen.

Het is belangrijk dat heteronormativiteit niet meer gezien wordt als de enige structuur waarin een maatschappij zich kan begeven. De constante vernauwing van de norm zorgt juist voor polarisatie en onderdrukking van minderheden. Het benoemen van deze norm en de grenzen ervan is belangrijk zodat men die grenzen weer kan verbreden. Benoem bijvoorbeeld dat er te weinig seksuele diversiteit aanwezig is op de Nederlandse televisie. Zo is het ook belangrijk dat mijn identiteit benoemt wordt, maar ook dat er actief wordt gewerkt aan het maken van ruimte voor deze identiteit binnen de norm van de maatschappij zodat de tweestrijd uiteindelijk vervaagd.